Toezicht op de praktijkopleiding
CEA toetst of de praktijkstages voldoen aan de eindtermen. Voor de actuele eindtermen van de praktijkstages zie onder 'Vaststellen eindtermen'.
Toezichtmodel
Voor het toezicht op de realisatie van de eindtermen voor de praktijkopleiding heeft de CEA, in afstemming met NOvAA en NIVRA, een toezichtstrategie en -model ontwikkeld. Uitgangspunt voor de CEA is toezicht op afstand, wat inhoudt dat de CEA zoveel mogelijk gebruik maakt van de werkzaamheden die de verantwoordelijke organen van NOvAA en NIVRA zelf uitvoeren om de realisatie van de eindtermen te borgen. CEA steunt hierbij op het kwaliteitsbeheersingsstelsel van de stageorganisaties en toetst, o.b.v. risicoanalyses, periodiek de adequate werking daarvan. Proactieve rapportering van incidenten en de wijze waarop hiermee is omgegaan, is een voor-waarde voor het toezicht op afstand door de CEA.
Toezicht op de praktijkopleiding RA
Het Stagebestuur (ingesteld en gemandateerd door het bestuur van het NIVRA) heeft de uitvoering van de RA-stage gemandateerd aan stagebureaus van kantoren diensten.
De stagebureaus worden jaarlijks bezocht door een door het Stagebestuur ingestelde beoordelingscommissie. Deze commissie beoordeelt het stagebureau op inhoudelijke en kwalitatieve aspecten op basis van een zelfevaluatierapport, - opgesteld door het desbetreffende stagebureau- en een review van een aantal stagedossiers.
Toezicht op de praktijkopleiding AA
De NOvAA kent de Raad voor de Praktijkopleiding (ingesteld en gemandateerd door het bestuur van de NOvAA). Deze heeft de organisatie van de Praktijkopleiding tot AA in handen. Zij accrediteert de stagebureaus.
Simulatieopdrachten in de praktijkopleiding voor AA-trainees
30 mei 2011 - CEA heeft ingestemd met een verzoek van de Raad voor de Praktijkopleiding van de NOvAA om voor trainees die binnen hun eigen organisatie geen (geschikte) controleopdrachten kunnen verrichten te kunnen deelnemen aan simulatieopdrachten. Zowel aan de hiervoor in aanmerking komende trainees, als voor de vorm en inhoud van de simulatieopdrachten, zijn door de CEA voorwaarden gesteld. Deze simulatiemogelijkheid is uitsluitend toegestaan voor de beperkte duur van de transitieperiode van de nieuwe, gemeenschappelijke eindtermen voor de praktijkopleidingen voor AA en RA, welke eindigt op 30 augustus 2015.
-
De uitvoering van simulatieopdrachten door AA-trainees dient aan dezelfde eisen te voldoen als de uitvoering van reguliere controleopdrachten in de praktijk. De toelating tot simulatieopdrachten, de uitvoering daarvan en de beoordeling of aan de eindtermen is voldaan, verschillen dan ook niet van de uitvoering van controleopdrachten in de praktijk. De Raad voor de Praktijkopleiding van de NOvAA is verantwoordelijk voor de uitvoering van de praktijkopleiding voor AA-trainees, zowel voor de reguliere praktijkopleiding, als voor simulatieopdrachten als onderdeel hiervan. Het toezicht door CEA op de uitvoering van simulatieopdrachten is gelijk aan dat bij reguliere controleopdrachten. Daarnaast volgt CEA nauwgezet de ontwikkeling van de simulatieopdrachten en beoordeelt zij of aan de door haar gestelde voorwaarden wordt voldaan. In het begin zal het CEA toezicht op de uitvoering van de simulatieopdrachten intensiever zijn. De voorwaarden die CEA heeft gesteld aan de ontwikkeling van simulatie opdrachten betreffen, naast hiervoor genoemde uitgangspunten, onder meer:
- Borging dat de eindtermen praktijkopleiding inzake de controlecyclus bij een succesvolle afronding van de simulatieopdrachten zijn bereikt;
- Borging bij de toelating tot de simulatieopdrachten dat de trainee controle-ervaring op een lager niveau in de praktijk heeft opgedaan en de trainee op de juiste gronden voor de vervanging van praktijkopdrachten door simulatieopdrachten heeft gekozen;
- Borging van onafhankelijkheid van de uitvoerende organisatie tijdens toetsing van de simulatieopdrachten;
- Borging dat de individuele bijdrage van een trainee in de simulatieomgeving wordt getoetst;
- Borging dat simulatieopdrachten voldoende uniek zijn;
- Borging van het niveau en de complexiteit met de simulatieopdrachten;
- Borging dat sprake is van een duidelijk verschil in problematiek (risico's, aanpak, e.d.) tussen beide simulatieopdrachten, naast het onderscheid naar type bedrijf;
- Borging van de actualiteit in de simulatieopdrachten.